Resultaat op trefwoord : 'sinusitis'


Aantal resultaten : 3 artikel(s) - 2 bondige bespreking(en) - 0 Synthese(s)

Is een kortdurende antibioticabehandeling effectief bij luchtweginfecties?

Legrand M. , Tazini M. , Uwase B. , De Jonghe M.

Minerva 08 05 2026


Deze umbrella review is gebaseerd op een zeer groot aantal systematische reviews met of zonder meta-analyse, waarvan het niveau van bewijskracht wegens de beperkte kwaliteit van de oorspronkelijke studies laag tot zeer laag was. De review suggereert dat een kortdurende behandeling (3 tot 6 dagen) bij volwassenen en adolescenten vanaf 12 jaar met luchtweginfecties gepaard gaat met een klinische en microbiologische effectiviteit die vergelijkbaar is met de klassieke schema’s van 7 tot 10 dagen. De evidentie ondersteunt kortdurende behandelingen voor acute sinusitis, acute keelontsteking, COPD-exacerbaties en niet-ernstige community-acquired pneumonie. Het feit dat er met kortdurende behandelingen niet meer ongewenste effecten optreden, ondersteunt de implementatie van deze schema’s in de klinische praktijk. Nochtans zijn nieuwe goed opgezette gerandomiseerde klinische studies nodig om de effectiviteit en de veiligheid van behandelingen van minder dan 5 dagen voor community-acquired pneumonie en COPD-exacerbaties en van een kortdurende penicillinebehandeling voor tonsillofaryngitis te onderzoeken. Ook de optimale behandelingsduur voor nosocomiale pneumonie en acute sinusitis moet verder onderzocht worden.

Welke kinderen met acute sinusitis kunnen baat hebben bij een behandeling met antibiotica?

De Sutter A.

Minerva 2024 Vol 23 nummer 10 pagina 248 - 252


Deze methodologisch correct uitgevoerde gerandomiseerde placebogecontroleerde studie bij een grote groep kinderen met een klinische diagnose van rhinosinustis toont aan dat een behandeling met antibiotica (amoxicilline-clavulaanzuur) een beperkt effect heeft op de ernst en de evolutie van de symptomen en dat alleen bij kinderen waarbij op basis van een bacteriële cultuur de aanwezigheid van H. influenzae, S. pneumoniae of M. catarrhalis werd aangetoond. Het effect van antibiotica werd niet beïnvloed door de kleur van de neusloop. Gezien het klinisch weinig relevante effect en omdat het praktisch niet haalbaar is om bij elk kind met rhinosinusitis een nasofaryngeale cultuur af te nemen, blijft de aanbeveling gelden om bij kinderen met klinische rhinosinusitis in de eerste plaats waakzaam af te wachten zonder antibiotica.

Deze open-label gerandomiseerde gecontroleerde studie toont aan dat de behandeling met een nasaal corticosteroïd (mometason) de levenskwaliteit van kinderen (van 4 tot 8 jaar) met chronische rhinosinusitis verbetert en een significant effect heeft op de toename van de nasale en sinusale microbiële biodiversiteit. Door de kleine steekproefgrootte en de open-labelopzet moeten de resultaten van deze studie met voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Daarom wachten we op bijkomende resultaten die deze conclusie bevestigen.

Deze multicenter pragmatische open-label gerandomiseerde gecontroleerde studie toont aan dat endoscopische sinusheelkunde gecombineerd met medicamenteuze therapie na 12 maanden effectiever is dan alleen medicamenteuze therapie bij patiënten met chronische rhinosinusitis met neuspoliepen waarbij een initiële medicamenteuze behandeling faalde. Het effect bereikt echter niet de vooropgestelde drempel voor klinische relevantie.

De richtlijn van EBMPracticeNet stelt zonder verder te preciseren voor om de patiënten met chronische rhinosinusitis te identificeren en diegenen te selecteren die door een KNO-arts behandeld moeten worden. Op basis van de resultaten van de hier besproken studie lijkt het belangrijk om patiënten met chronische rhinosinusitis te onderzoeken op de al dan niet aanwezigheid van neuspoliepen. Voor chronische rhinosinusitis met of zonder neuspoliepen worden als eerste stap intranasale corticosteroïden en neusspoelingen met 0,9% zoutoplossing aanbevolen (hoog niveau van aanbeveling). Als tweede stap worden leukotrieenreceptorantagonisten, orale corticosteroïden en macroliden vaak alleen voorgesteld na een precieze diagnose en/of na een KNO-advies. Omdat al deze behandelingen onderhevig zijn aan ongewenste effecten, dient de balans tussen de voordelen en de risico’s altijd besproken te worden met de patiënt.