Met deze schaal kunnen zorgverleners de juiste sedatiediepte bepalen door te kijken naar reacties op verbale of fysieke stimuli. De schaal varieert van +4 (bedreigend), +3 (zeer geagiteerd); +2 (geagiteerd), +1 (onrustig) tot -1 (slaperig), -2 (licht gesedeerd), -3 (matig gesedeerd), -4 (sterk gesedeerd) en -5 (niet wekbaar) met 0 als 'alert en kalm'. Zorgverleners beoordelen de patiënt stapsgewijs: eerst observeren, dan aanspreken (oogcontact, naam) en indien nodig fysiek stimuleren.
RASS