Duidingen

1 - 10 / 822

26 02 2026

Vanhaelen A.

Deze RCT toont dat ‘zero time’-oefeningen kunnen worden geïntegreerd in dagelijkse activiteiten en de ernst van insomnie (ISI) en (mogelijk) de gevolgen ervan bij sedentaire volwassenen verminderen. Het resultaat is consistent, maar de effectgrootte is matig en klinisch niet relevant. Deze RCT, uitgevoerd in Hongkong tijdens de covid-19-pandemie, volgt de CONSORT-richtlijnen, maar vertoont enkele matige risico's van bias. De resultaten zijn moeilijk te vertalen naar Belgische patiënten want de interventie vereist een grote inspanning van hulpverleners, wat de extrapoleerbaarheid beperkt.

26 02 2026

Tock R.

Deze systematische review met meta-analyse toont dat cognitieve gedragstherapie voor insomnie zeer effectief en goed aanvaardbaar is bij mensen met chronische aandoeningen. De matige tot grote effectgroottes lijken vergelijkbaar met die bij personen zonder chronische aandoeningen. Deze meta-analyse, hoewel van goede methodologische kwaliteit, is gebaseerd op originele studies met enkele belangrijke beperkingen waarmee we rekening moeten houden. In het bijzonder is er een hoge statistische heterogeniteit en een mogelijk ‘small study effect’, dat kan leiden tot een overschatting van de effectgroottes.

26 02 2026

Sculier J.P.

Deze studie toont aan dat bij patiënten met een uitgelokte diepe veneuze trombose en persisterende risicofactoren een behandeling met apixaban in een lage dosis gedurende 12 maanden ten opzichte van placebo het risico van symptomatische recidiverende diepe veneuze trombose vermindert en dat met een laag risico van majeure bloeding. Dit strookt met de recente aanbevelingen van verschillende wetenschappelijke verenigingen, die stellen dat de gebruikelijke drie maanden antistolling in deze situatie achterhaald is. Bij gebrek aan gegevens weten we echter nog niet wat de totale duur van de antistolling moet zijn.

26 02 2026

Tock R.

Deze clustergerandomiseerde studie toont aan dat bij patiënten van 75 jaar en ouder met type 2-diabetes, behandeld met insuline of sulfonylureumderivaten, de combinatie van een gestructureerde educatie- en opleidingsstrategie (academic detailing) voor artsen en voorbezoek-activatie van de patiënt leidt tot meer afbouw van behandelingen die gepaard gaan met een verhoogd risico van hypoglykemie, in vergelijking met een gestructureerde educatie- en opleidingsstrategie alleen (academic detailing), en dat zonder toename van het aantal ernstige episodes van hypoglykemie. Vanwege methodologische beperkingen, waaronder een variabele participatie van artsen aan de academic detailing en de onduidelijkheid over het feit of patiënten de folder daadwerkelijk gelezen hebben, evenals de specifieke organisatorische context van de Kaiser Permanente, is het nog onduidelijk in hoeverre we de resultaten van deze studie kunnen extrapoleren naar onze gezondheidszorg. Desondanks is de studie globaal genomen van goede methodologische kwaliteit en suggereren de resultaten dat eenvoudige interventies het afbouwen van medicatie in de eerstelijnszorg kunnen ondersteunen.

26 02 2026

Tock R.

Deze systematische review met meta-analyse, die methodologisch degelijk is uitgevoerd, toont aan dat het verminderen van potentieel ongepaste medicatievoorschriften via expliciete of impliciete interventies bij oudere personen leidt tot een vermindering van het aantal ingenomen geneesmiddelen, echter zonder bewezen effect op gezondheidsuitkomsten. Zo zag men geen voordelen op vlak van hospitalisaties, mortaliteit, valpartijen of kwaliteit van leven. Anderzijds werden evenmin nadelige effecten (zoals een toename van ongewenste effecten) gerapporteerd. Deprescribing lijkt dus een veilige interventie, maar de klinische voordelen blijven vooralsnog onzeker.

03 02 2026

Tock R.

Deze systematische review met meta-analyse, van goede methodologische kwaliteit, toont aan dat antidepressiva (voornamelijk SSRI's en SNRI's) bij volwassenen met gegeneraliseerde angststoornis effectiever zijn dan placebo voor het bereiken van een klinische respons. En dat met een vergelijkbare globale aanvaardbaarheid, maar anderzijds ook met een verhoogd risico van ongewenste effecten. Deze systematische review is gebaseerd op een groot aantal RCT’s, van korte duur met ondervertegenwoordiging van enkele nieuwere antidepressiva. Dat beperkt de generaliseerbaarheid van de resultaten op lange termijn en naar alle beschikbare moleculen, en benadrukt de noodzaak van verder onderzoek met nieuwe moleculen.

03 02 2026

Saubry MI.

Deze netwerkmeta-analyse, die globaal genomen goed is uitgevoerd, toont geen duidelijke superioriteit van één medicatieklasse boven een andere in de preventie van migraine. De resultaten steunen op klinisch relevante uitkomstmaten, maar de methodologische kwaliteit van de primaire studies is wisselend, met een risico van bias dat vaak verband houdt met ontbrekende gegevens.

03 02 2026

Vanhaeverbeek M.

Deze atypische meta-analyse suggereert dat bij patiënten met type 2-diabetes én een hoog cardiovasculair of renaal risico de effecten van SGLT-2-inhibitoren op cardiovasculaire of renale gebeurtenissen, met of zonder gelijktijdig gebruik van een GLP-1-analoog vergelijkbaar zijn. De auteurs suggereren dat beide medicatieklassen onafhankelijk van elkaar werken en lijken te pleiten om beide behandelingen te combineren ter preventie van cardiovasculaire en renale complicaties. De methodologische beperkingen van deze studie laten echter niet toe om een combinatiebehandeling met beide middelen te onderbouwen.

03 02 2026

Sculier J.P.

Deze systematische review en meta-analyse toont aan dat ongeacht geslacht, aan-of afwezigheid van diabetes en linkerventrikelejectiefractie, een behandeling met SGLT2-inhibitoren bij patiënten met hartfalen een statistisch significante verbetering geeft van patiëntgerichte uitkomsten, met name functionele capaciteit en kwaliteit van leven gemeten aan de hand van de VO2-max, de 6MWT en KCCQ-12-scores. Deze resultaten suggereren dat een behandeling met SGLT2-inhibitoren overwogen moet worden bij patiënten met hartfalen om de functionele capaciteit en de kwaliteit van leven te verbeteren, naast een vermindering van het risico van ziekenhuisopname en sterfte.

03 02 2026

Tock R.

Deze gerandomiseerde gecontroleerde studie toont aan dat, bij volwassenen met allergische rinitis die worden opgevolgd in een NKO-kliniek, een educatieve interventie uitgevoerd door een apotheker (video en gestructureerde counseling) de symptoomcontrole na twee weken lichtjes verbetert, zonder statistisch significant effect op kennis, therapietrouw of kwaliteit van leven. De methodologische beperkingen, met name het open-label studiedesign, het gebruik van zelfgerapporteerde metingen en het ontbreken van een gedetailleerde standaardisering van de counseling, kunnen het effect overschat hebben. Rekening houdend met het geringe klinische voordeel lijkt deze benadering momenteel niet aangewezen om op grote schaal te implementeren in de eerstelijnszorg.