Duidingen
20 04 2026
Charlier E.,Renotte N. ,De Jonghe M.
Deze multicenter open-label RCT toont 12 weken na een open reductie en interne fixatie (ORIF) voor een type Weber B-enkelfractuur een statistisch significante en klinisch relevante winst van bewegings- en spierversterkende oefeningen met therapeutische educatie in vergelijking met een traditionele gipsimmobilisatie van zes weken. Ondanks enkele belangrijke methodologische beperkingen, zoals onduidelijkheid over de verwerking van ontbrekende gegevens door een hoge studie-uitval en afwezigheid van blindering van beoordelaars voor subjectieve uitkomstmaten, is interne validiteit van de studie globaal genomen aanvaardbaar. De haalbaarheid van deze interventie en de robuustheid van de resultaten bij ambulante opvolging op langere termijn, moet verder onderzocht worden.20 04 2026
Vanhaelen A.
Deze methodologisch correct uitgevoerde RCT toont bij patiënten met cerebellaire ataxie aan dat hoog-intensieve aerobe oefeningen die thuis worden uitgevoerd therapeutisch superieur zijn aan evenwichtsoefeningen thuis. Er was significante winst op het vlak van ataxie, vermoeidheid en fysieke capaciteit.20 04 2026
Duyck A.,Marcelle L.,De Jonghe M.
Deze systematische review met meta-analyse van individuele patiëntgegevens toont dat orale corticosteroïden toegediend aan kinderen van 12 tot 71 maanden met matige tot ernstige acuut piepende ademhaling (of wheezing) leiden tot een verbetering van de ernstscore na 4 uur en een verkorting van de hospitalisatieduur, vooral in geval van voorgeschiedenis van wheezing of astma. De grootte van de verbetering op de ernstscore (-0,31 punten op een schaal van 0 tot 12) blijft echter ruim onder de grenzen van het bij consensus vastgelegde minimaal klinisch belangrijk verschil. Door dit beperkt klinisch relevant effect moeten we het gebruik van orale corticosteroïden in deze context met voorzichtigheid interpreteren, temeer omdat de langetermijneffecten van herhaalde blootstelling niet gekend zijn. Verdere studies zijn nodig om de risico-batenverhouding beter te bepalen en de optimale dosering vast te stellen.20 04 2026
Cordyn S.
Deze fase-3 open-label RCT toont aan dat een driejarig gestructureerd oefenprogramma voor fysiek goed functionerende personen (ECOG 0-1) na een heelkundige behandeling van colonkanker en adjuvante chemotherapie, geassocieerd is met een statistisch significante langere ziektevrije overleving (NNT van ongeveer 16 voor een ziektevrije overleving over 5 jaar) en een toename van de globale overleving, weliswaar ten koste van een lichte toename van musculoskeletale ongewenste effecten. Methodologische beperkingen, het open-label design, een verlengde inclusieperiode zonder dat het voorspelde aantal gebeurtenissen wordt bereikt, en selectiebias van deelnemers in de richting van fittere patiënten, temperen echter de extrapolatie naar de klinische praktijk.20 04 2026
Stas P.
Deze methodologisch correct uitgevoerd gerandomiseerde gecontroleerde studie met uitgebreide statistische analyses vergelijkt een zes maanden durende behandeling van dialectische gedragstherapie (DGT) met SSRI’s voor de aanpak van suïcidaliteit bij personen (voornamelijk vrouwen) met een borderline-persoonlijkheidsproblematiek (BPP). De resultaten tonen aan dat DGT effectiever is dan SSRI’s op vlak van suïcide-gerelateerde gebeurtenissen (onderbroken of gestopte poging tot zelfdoding of zelfdodingsgedachten die leiden tot spoedopname en/of psychiatrische opname), suïcidepogingen, zelfbeschadigend gedrag, impulsiviteit en emotiedysregulatie. Veel van deze effecten bleven echter niet behouden tijdens een follow-up van 3 en 6 maanden na de behandeling. Voor extrapolatie naar de klinische praktijk moet rekening worden gehouden met het feit dat het ging om een vrij jonge (18-55 jaar) en vrouwelijke (92%) populatie. Ook moet gewezen worden op het feit dat in tegenstelling tot de interventie- en controlegroep van deze studie personen met BPP vaak gecombineerde behandelingen krijgen. Tot slot is het moeilijk om een correcte inschatting te maken van de risicobatenbalans omdat een systematische rapportering van ongewenste effecten ontbreekt.02 04 2026
Michiels B.
Deze correct uitgevoerde systematische review en meta-analyse toont aan dat ketogene diëten geassocieerd zijn met een bescheiden verbetering van depressieve symptomen in een diverse populatie lijdend aan psychiatrische, metabole of neurologische aandoeningen. Het effect is hierbij vooral duidelijk bij objectieve bevestiging van ketonen in bloed of urine. Op vlak van angstsymptomen is het effect niet conclusief. Vanwege methodologische beperkingen (diverse populaties, hoge heterogeniteit van interventie- en controlediëten, korte follow-up, variabele therapietrouw) en de hiermee samengaande beperkte externe validiteit zijn grotere, correct gecontroleerde RCT’s in psychiatrische populaties met langere follow-up nodig voordat een ketogeen dieet routinematig kan worden aanbevolen.02 04 2026
Van de Wynkele L. ,Stas P.,Poelman T.
Deze pragmatische gerandomiseerde gecontroleerde studie toont aan dat er geen verschil bestaat tussen SSRI’s en schrifteljike exposuretherapie voor de verlichting van de symptomen van een posttraumatische stressstoornis na 4 maanden. Alhoewel de non-inferioriteit met deze studie strikt genomen niet is aangetoond, zou men de keuze van een initiële behandeling meer kunnen baseren op de voorkeur van de patiënt en de beschikbaarheid/ toegankelijkheid van de behandeling. Bij personen die na 4 maanden onvoldoende reageren op een initiële behandeling met SSRI’s, blijkt uit deze studie dat switchen naar SNRI’s effectiever is dan alsnog schrifteljike exposuretherapie aan de behandeling met SSRI’s toe te voegen.02 04 2026
Huysmans J.,Poelman T.
Deze vervolgstudie van een multicenter gerandomiseerde gecontroleerde studie toont na 23 jaar een daling van overlijden door prostaatkanker in een groep die uitgenodigd is voor PSA-screening versus een controlegroep. Tussen de centra waren er echter veel verschillen op vlak van studiepopulatie en studieprotocol, wat het moeilijk maakt om de resultaten te vertalen naar de klinische praktijk. Verder onderzoek met focus op een risicostratificatie en een hierop gebaseerde aanpak is nodig om het evenwicht tussen de winst van PSA-screening en de hieraan geassocieerde risico’s van overdiagnose en onnodige interventies nauwkeuriger te bepalen.02 04 2026
Lehance E.
Deze RCT toont dat een digitale interventie gebaseerd op gedragsactivatie de depressieve symptomen significant kan verminderen en remissie kan bevorderen, zelfs zonder directe begeleiding door een zorgprofessional. De resultaten zijn veelbelovend en suggereren dat dergelijke apps het zorgaanbod kunnen aanvullen en mogelijk bijdragen aan het verkorten van wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg. Voorzichtigheid blijft echter geboden bij het veralgemenen van de resultaten naar de Belgische context, aangezien de studiepopulatie voornamelijk bestond uit Engelstalige vrouwen met een hoog opleidingsniveau die bereid waren een digitale interventie te gebruiken, terwijl het Belgische app-aanbod sterk varieert in taal, kwaliteit en wetenschappelijke onderbouwing.02 04 2026
Sculier J.P.
Deze systematische review en meta-analyse van 4 open-label gerandomiseerde gecontroleerde studies met individuele patiëntgegevens toont aan dat bij patiënten met een acuut myocardinfarct en een lichte daling van de linkerventrikelejectiefractie (LVEF 40-49%), zonder voorgeschiedenis of klinische tekenen van hartfalen, een behandeling met bètablokkers geassocieerd is met een vermindering van een samengesteld eindpunt bestaande uit totale mortaliteit, recidief myocardinfarct en hartfalen. Een langdurige behandeling met een orale bètablokker kan dus overwogen worden als chronische behandeling van ischemische cardiomyopathie na een acuut myocardinfarct, al moet de optimale behandelingsduur nog vastgesteld worden.