Duidingen
03 02 2026
Tock R.
Deze systematische review met meta-analyse, van goede methodologische kwaliteit, toont aan dat antidepressiva (voornamelijk SSRI's en SNRI's) bij volwassenen met gegeneraliseerde angststoornis effectiever zijn dan placebo voor het bereiken van een klinische respons. En dat met een vergelijkbare globale aanvaardbaarheid, maar anderzijds ook met een verhoogd risico van ongewenste effecten. Deze systematische review is gebaseerd op een groot aantal RCT’s, van korte duur met ondervertegenwoordiging van enkele nieuwere antidepressiva. Dat beperkt de generaliseerbaarheid van de resultaten op lange termijn en naar alle beschikbare moleculen, en benadrukt de noodzaak van verder onderzoek met nieuwe moleculen.03 02 2026
Saubry MI.
Deze netwerkmeta-analyse, die globaal genomen goed is uitgevoerd, toont geen duidelijke superioriteit van één medicatieklasse boven een andere in de preventie van migraine. De resultaten steunen op klinisch relevante uitkomstmaten, maar de methodologische kwaliteit van de primaire studies is wisselend, met een risico van bias dat vaak verband houdt met ontbrekende gegevens.03 02 2026
Vanhaeverbeek M.
Deze atypische meta-analyse suggereert dat bij patiënten met type 2-diabetes én een hoog cardiovasculair of renaal risico de effecten van SGLT-2-inhibitoren op cardiovasculaire of renale gebeurtenissen, met of zonder gelijktijdig gebruik van een GLP-1-analoog vergelijkbaar zijn. De auteurs suggereren dat beide medicatieklassen onafhankelijk van elkaar werken en lijken te pleiten om beide behandelingen te combineren ter preventie van cardiovasculaire en renale complicaties. De methodologische beperkingen van deze studie laten echter niet toe om een combinatiebehandeling met beide middelen te onderbouwen.03 02 2026
Sculier J.P.
Deze systematische review en meta-analyse toont aan dat ongeacht geslacht, aan-of afwezigheid van diabetes en linkerventrikelejectiefractie, een behandeling met SGLT2-inhibitoren bij patiënten met hartfalen een statistisch significante verbetering geeft van patiëntgerichte uitkomsten, met name functionele capaciteit en kwaliteit van leven gemeten aan de hand van de VO2-max, de 6MWT en KCCQ-12-scores. Deze resultaten suggereren dat een behandeling met SGLT2-inhibitoren overwogen moet worden bij patiënten met hartfalen om de functionele capaciteit en de kwaliteit van leven te verbeteren, naast een vermindering van het risico van ziekenhuisopname en sterfte.03 02 2026
Tock R.
Deze gerandomiseerde gecontroleerde studie toont aan dat, bij volwassenen met allergische rinitis die worden opgevolgd in een NKO-kliniek, een educatieve interventie uitgevoerd door een apotheker (video en gestructureerde counseling) de symptoomcontrole na twee weken lichtjes verbetert, zonder statistisch significant effect op kennis, therapietrouw of kwaliteit van leven. De methodologische beperkingen, met name het open-label studiedesign, het gebruik van zelfgerapporteerde metingen en het ontbreken van een gedetailleerde standaardisering van de counseling, kunnen het effect overschat hebben. Rekening houdend met het geringe klinische voordeel lijkt deze benadering momenteel niet aangewezen om op grote schaal te implementeren in de eerstelijnszorg.28 11 2025
Nonneman A.
Deze systematische review met netwerkmeta-analyses van goede methodologische kwaliteit levert waardevolle informatie over de relatieve werkzaamheid van koortswerende middelen in mono- en bitherapie. De resultaten suggereren dat combinatietherapie of alternerend gebruik resulteren in een snellere en langere koortsdaling dan paracetamol alleen, met een vergelijkbaar veiligheidsprofiel op korte termijn. De geïncludeerde studies vertonen echter een aanzienlijk risico van bias, gebruiken uiteenlopende definities van koorts die niet altijd stroken met de klinische praktijk. Ook een niet-uniforme temperatuurmeting en de aanwezigheid van co-interventies kunnen tot bias leiden. In tegenstelling tot de huidige aanbevelingen zijn de uitkomstmaten voornamelijk gebaseerd op de lichaamstemperatuur en niet op het onwelzijn van het kind. Daarnaast beperkt de evaluatie zich meestal tot slechts 4 - 6 uur na toediening, waardoor er geen gegevens beschikbaar zijn over de veiligheid bij herhaald gebruik. Verdere studies zijn daarom nodig om bij gelijktijdige of alternerende toediening zowel de veiligheid als de impact op koortsgerelateerd ongemak te beoordelen.28 11 2025
Tock R.
Deze RCT toont aan dat een kort digitaal programma van mindfulnessmeditatie een effectieve, toegankelijke en schaalbare methode is om de ervaren stress te verminderen en verschillende aspecten van welzijn te verbeteren bij werknemers van een academisch medisch centrum. Deze gerandomiseerde studie hanteert een hoge methodologische nauwkeurigheid (concealment of allocation, intention-to-treatanalyse, gevalideerde instrumenten). De onderzoekspopulatie is echter overwegend vrouwelijk, hoogopgeleid, vertrouwd met digitale tools en werkzaam in een universitaire setting die mindfulness bevordert, hetgeen de generaliseerbaarheid van de resultaten beperkt.28 11 2025
Tock R.
Deze gerandomiseerde gecontroleerde studie toont dat aerobe oefeningen de erectiele functie kunnen verbeteren bij personen die behandeld zijn voor prostaatkanker, ongeacht of ze extra psychoseksuele educatie en zelfmanagementondersteuning krijgen. Op basis van deze studie kunnen we geen conclusies trekken over de klinische relevantie van de bekomen resultaten, noch over de extrapolatie naar de Belgische context. Verder onderzoek met grotere steekproeven en een langere follow-upperiode is dus noodzakelijk.28 11 2025
Jacqmin J.
Deze systematische review zonder meta-analyse toont aan dat het versterken van de bekkenbodemspieren urine-incontinentie na de bevalling kan verminderen. De methodologische kwaliteit van sommige geïncludeerde RCT’s is echter onvoldoende. Bovendien is het onmogelijk om sluitende conclusies te trekken wegens de sterke klinische heterogeniteit.28 11 2025
Sculier J.P.
De resultaten van deze multicenter open-label gerandomiseerde studie tonen aan dat onbeperkte vochtinname geen significant verschil maakte op vlak van de levenskwaliteit bij patiënten met chronisch hartfalen, in vergelijking met een restrictie tot 1 500 ml per dag. Met onbeperkte vochtinname was er minder dorstgevoel. Er werden geen veiligheidsproblemen vastgesteld bij vrije vochtinname, zoals blijkt uit de afwezigheid van significante verschillen in ongewenste effecten, waaronder sterfte, ziekenhuisopname voor hartfalen of veranderingen in de medicamenteuze behandeling. Deze resultaten roepen dan ook vragen op over de noodzaak om de inname van vocht te beperken bij patiënten met stabiel symptomatisch chronisch hartfalen.