Duidingen
08 05 2026
Vanhaeverbeek M.
Deze opvolgstudie van de UKPDS-studie toont aan dat een intensieve glykemische behandeling (met sulfonylureumderivaten, insuline of metformine), gestart vanaf de diagnose van type 2-diabetes en gericht op een zo goed mogelijke glykemiecontrole, ook na 24 jaar het risico van overlijden en myocardinfarct vermindert, in vergelijking met een standaardbehandeling (met alleen dieet en lichaamsbeweging).08 05 2026
Legrand M.,Tazini M. ,Uwase B.,De Jonghe M.
Deze umbrella review is gebaseerd op een zeer groot aantal systematische reviews met of zonder meta-analyse, waarvan het niveau van bewijskracht wegens de beperkte kwaliteit van de oorspronkelijke studies laag tot zeer laag was. De review suggereert dat een kortdurende behandeling (3 tot 6 dagen) bij volwassenen en adolescenten vanaf 12 jaar met luchtweginfecties gepaard gaat met een klinische en microbiologische effectiviteit die vergelijkbaar is met de klassieke schema’s van 7 tot 10 dagen. De evidentie ondersteunt kortdurende behandelingen voor acute sinusitis, acute keelontsteking, COPD-exacerbaties en niet-ernstige community-acquired pneumonie. Het feit dat er met kortdurende behandelingen niet meer ongewenste effecten optreden, ondersteunt de implementatie van deze schema’s in de klinische praktijk. Nochtans zijn nieuwe goed opgezette gerandomiseerde klinische studies nodig om de effectiviteit en de veiligheid van behandelingen van minder dan 5 dagen voor community-acquired pneumonie en COPD-exacerbaties en van een kortdurende penicillinebehandeling voor tonsillofaryngitis te onderzoeken. Ook de optimale behandelingsduur voor nosocomiale pneumonie en acute sinusitis moet verder onderzocht worden.08 05 2026
Garcia Dos Santos C.,Mbairaroua J.,Szczepanski L.,De Jonghe M.
Deze monocenter pragmatische open-label gerandomiseerde gecontroleerde studie met drie studiearmen toont aan dat een interventie gebaseerd op educatieve en gedragsmatige tools superieur is ten opzichte van brochures en gebruikelijke zorg om het gebruik van benzodiazepines en Z-drugs te verminderen en de slaap bij oudere personen te verbeteren. De stopzetting van benzodiazepines of Z-drugs was niet geassocieerd met een verslechtering van de slaap of andere gezondheidsuitkomsten, en ontwenningsverschijnselen waren doorgaans afwezig of mild. De studie is methodologisch van goede kwaliteit met een correct uitgevoerde randomisatie en een objectieve gegevensverzameling. Ondanks de positief beoordeelde risico-batenverhouding moet de klinische relevantie van de resultaten verder onderzocht worden in een bredere populatie.08 05 2026
Goncette V.
Deze retrospectieve observationele cohortstudie toont aan dat bij patiënten met hartfalen die in de eerstelijnszorg worden opgevolgd, continuïteit van zorg, gedefinieerd als stabiliteit en consistentie van het zorgtraject met één vaste behandelende arts, geassocieerd is met een vermindering van hospitalisaties en mortaliteit door alle oorzaken na 1 jaar. Een onderbreking in deze continuïteit gaat daarentegen gepaard met een significante toename van hospitalisaties en van cardiovasculaire en hartfalen gerelateerde mortaliteit. Deze studie includeerde een omvangrijk cohort, hanteerde klinisch relevante uitkomstmaten en vertrok van een gestructureerde definitie van continuïteit van zorg. We moeten de resultaten echter met de nodige voorzichtigheid interpreteren wegens belangrijke beperkingen zoals de retrospectieve opzet en het ontbreken van gegevens over de klinische ernst van hartfalen.08 05 2026
De Geeter R.,Van Sassenbroeck B.,Poelman T.
Deze correct opgezette multicenter pragmatische open-label gerandomiseerde gecontroleerde studie bij kinderen van 5-15 jaar oud met milde astma toont aan dat monotherapie met budenoside-formoterol als aanvalsbehandeling superieur is ten opzichte van salbutamol om astma-exacerbaties te voorkomen. Hoewel er ongeveer een halvering in het aantal astma-exarbaties werd vastgesteld, blijft de absolute winst per kind eerder bescheiden. Er werden geen verschillen in ongewenste effecten en evenmin in groeivertraging vastgesteld, maar mogelijk was de studieduur te kort om hier een verschil aan te tonen.20 04 2026
Charlier E.,Renotte N. ,De Jonghe M.
Deze multicenter open-label RCT toont 12 weken na een open reductie en interne fixatie (ORIF) voor een type Weber B-enkelfractuur een statistisch significante en klinisch relevante winst van bewegings- en spierversterkende oefeningen met therapeutische educatie in vergelijking met een traditionele gipsimmobilisatie van zes weken. Ondanks enkele belangrijke methodologische beperkingen, zoals onduidelijkheid over de verwerking van ontbrekende gegevens door een hoge studie-uitval en afwezigheid van blindering van beoordelaars voor subjectieve uitkomstmaten, is interne validiteit van de studie globaal genomen aanvaardbaar. De haalbaarheid van deze interventie en de robuustheid van de resultaten bij ambulante opvolging op langere termijn, moet verder onderzocht worden.20 04 2026
Vanhaelen A.
Deze methodologisch correct uitgevoerde RCT toont bij patiënten met cerebellaire ataxie aan dat hoog-intensieve aerobe oefeningen die thuis worden uitgevoerd therapeutisch superieur zijn aan evenwichtsoefeningen thuis. Er was significante winst op het vlak van ataxie, vermoeidheid en fysieke capaciteit.20 04 2026
Duyck A.,Marcelle L.,De Jonghe M.
Deze systematische review met meta-analyse van individuele patiëntgegevens toont dat orale corticosteroïden toegediend aan kinderen van 12 tot 71 maanden met matige tot ernstige acuut piepende ademhaling (of wheezing) leiden tot een verbetering van de ernstscore na 4 uur en een verkorting van de hospitalisatieduur, vooral in geval van voorgeschiedenis van wheezing of astma. De grootte van de verbetering op de ernstscore (-0,31 punten op een schaal van 0 tot 12) blijft echter ruim onder de grenzen van het bij consensus vastgelegde minimaal klinisch belangrijk verschil. Door dit beperkt klinisch relevant effect moeten we het gebruik van orale corticosteroïden in deze context met voorzichtigheid interpreteren, temeer omdat de langetermijneffecten van herhaalde blootstelling niet gekend zijn. Verdere studies zijn nodig om de risico-batenverhouding beter te bepalen en de optimale dosering vast te stellen.20 04 2026
Cordyn S.
Deze fase-3 open-label RCT toont aan dat een driejarig gestructureerd oefenprogramma voor fysiek goed functionerende personen (ECOG 0-1) na een heelkundige behandeling van colonkanker en adjuvante chemotherapie, geassocieerd is met een statistisch significante langere ziektevrije overleving (NNT van ongeveer 16 voor een ziektevrije overleving over 5 jaar) en een toename van de globale overleving, weliswaar ten koste van een lichte toename van musculoskeletale ongewenste effecten. Methodologische beperkingen, het open-label design, een verlengde inclusieperiode zonder dat het voorspelde aantal gebeurtenissen wordt bereikt, en selectiebias van deelnemers in de richting van fittere patiënten, temperen echter de extrapolatie naar de klinische praktijk.20 04 2026
Stas P.
Deze methodologisch correct uitgevoerd gerandomiseerde gecontroleerde studie met uitgebreide statistische analyses vergelijkt een zes maanden durende behandeling van dialectische gedragstherapie (DGT) met SSRI’s voor de aanpak van suïcidaliteit bij personen (voornamelijk vrouwen) met een borderline-persoonlijkheidsproblematiek (BPP). De resultaten tonen aan dat DGT effectiever is dan SSRI’s op vlak van suïcide-gerelateerde gebeurtenissen (onderbroken of gestopte poging tot zelfdoding of zelfdodingsgedachten die leiden tot spoedopname en/of psychiatrische opname), suïcidepogingen, zelfbeschadigend gedrag, impulsiviteit en emotiedysregulatie. Veel van deze effecten bleven echter niet behouden tijdens een follow-up van 3 en 6 maanden na de behandeling. Voor extrapolatie naar de klinische praktijk moet rekening worden gehouden met het feit dat het ging om een vrij jonge (18-55 jaar) en vrouwelijke (92%) populatie. Ook moet gewezen worden op het feit dat in tegenstelling tot de interventie- en controlegroep van deze studie personen met BPP vaak gecombineerde behandelingen krijgen. Tot slot is het moeilijk om een correcte inschatting te maken van de risicobatenbalans omdat een systematische rapportering van ongewenste effecten ontbreekt.