Zoek
Schrijf u in op de Alert Newsletter
Minerva promoot als organisatie voor Evidence-Based Practice de verspreiding van onafhankelijke, wetenschappelijke informatie en brengt een kritische duiding van relevante publicaties uit de internationale literatuur.
Recente duidingen
Intermediaire uitkomstmaat: verdedigbare keuze?
02 11 2026
Poelman T.
Een internationale groep van stakeholders, waaronder ook clinici, kwam via een Delphi-procedure en een consensusvergadering tot een raamwerk voor de evaluatie van intermediaire uitkomstmaten. Een intermediaire uitkomstmaat is alleen aanvaardbaar wanneer de bekomen tijdswinst opweegt tegen de toegenomen onzekerheid over het effect op patiëntrelevante uitkomstmaten. Het verband tussen een intermediaire uitkomstmaat en een patiëntrelevante uitkomstmaat moet biologisch en klinisch plausibel zijn, alsook voldoende statistisch onderbouwd in RCT’s en meta-analyses. Het is aanbevolen om daarnaast ook de prevalentie van de aandoening, de klinische noodzaak, de afweging tussen bespaarde middelen en onzekerheid, alsook beschikbaar bewijs uit observationele studies mee in overweging te nemen. Er bestaat geen consensus over de keuze van de statistische methode om de validiteit van een intermediaire uitkomstmaat te evalueren. Een analyse op studieniveau wordt wel als essentieel beschouwd, terwijl een analyse op individueel niveau aanvullende informatie kan opleveren. Drempelwaarden voor de correlatie tussen het behandelingseffect op de intermediaire uitkomstmaat en het behandelingseffect op de patiëntrelevante uitkomstmaat kunnen nuttig zijn, maar mag men nooit loskoppelen van de contextfactoren.
Een rugbrace: effectief voor aspecifieke lagerugpijn?
02 11 2026
Poelman T.
Deze open-label gerandomiseerde gecontroleerde studie toont bij personen met aspecifieke lagerugpijn aan dat een aanpasbare niet-rigide rugbrace versus gebruikelijke zorg een statistisch significante winst geeft op vlak van een samengestelde index van pijn en functioneren (de Oswestry Disability Index). Wegens het open-label design is het risico van performance- en detectiebias echter hoog. Het is ook zeer twijfelachtig of de winst klinisch relevant is. Enkele methodologische keuzes van de onderzoekers, die sterke banden hadden met de producent van de onderzochte rugbrace, stellen we bovendien in vraag: de klinische relevantie van een vooropgesteld verschil van de ODI-index wordt niet onderbouwd, de primaire analyse is niet uitgevoerd volgens intention to treat en men koos om pijnvermindering, functioneren en levenskwaliteit als secundaire uitkomstmaten te onderzoeken zonder correctie voor multiple testing.
Verbetert ergotherapie het dagelijks functioneren en de kwaliteit van leven bij personen met multiple sclerose?
02 11 2026
Van Gils A.
Deze systematische review van de Cochrane Collaboration met inclusie van gerandomiseerde en niet-gerandomiseerde gecontroleerde studies toont met ergotherapie in vergelijking met gebruikelijke zorg op korte en middellange termijn een statistisch significante verbetering op vlak van het dagelijks functioneren bij personen met multiple sclerose. Door het beperkte aantal geïncludeerde studies is de power van veel vergelijkingen mogelijk te laag om een verschil voor andere uitkomsten aan te tonen. Wegens het hoge risico van bias voor verschillende domeinen en de grote heterogeniteit van de interventie- en controlegroepen moeten de resultaten bovendien voorzichtig geïnterpreteerd worden.
Is onmiddellijk of vroeg huid-op-huidcontact na de geboorte gunstig voor gezonde pasgeborenen en hun moeders?
02 11 2026
Tency I.
Deze Cochrane systematische review en meta-analyse toont met matige zekerheid van bewijs aan dat onmiddellijk of vroeg huid-op-huidcontact tussen moeder en gezonde pasgeborene de kans op (exclusieve) borstvoeding verhoogt. Daarnaast verbetert huid-op-huidcontact waarschijnlijk de thermoregulatie en de bloedglucoseregulatie van de pasgeborene. Er zijn aanwijzingen van voordelen op vlak van cardiorespiratoire stabiliteit, alhoewel hiervoor de bewijskracht laag is. Voor maternale fysiologische uitkomsten zoals placentaire geboorte en postpartumbloedverlies blijft het beschikbare bewijs onvoldoende om conclusies te kunnen trekken. De resultaten van deze meta-analyse ondersteunen de huidige (inter-)nationale aanbevelingen om onmiddellijk, continu en ononderbroken huid-op-huidcontact als standaardzorg na de geboorte aan te bieden.
Gedragsactivatie bij depressie.
02 11 2026
Stas P.
Deze methodologisch correct uitgevoerde systematische review met meta-analyses toont aan dat gedragsactivatie, zelfs in de vorm van zelfhulp zonder therapeutische begeleiding, vergeleken met controlecondities werkzaam is voor de behandeling van depressieve symptomen bij volwassenen. Het effect van gedragsactivatie verschilt niet significant van andere psychotherapieën of farmacotherapie, al was het aantal studies die gedragstherapie vergelijken met farmacotherapie mogelijk te beperkt om een verschil aan te tonen. De aanzienlijke heterogeniteit tussen de studies, het risico van bias voor de meeste geïncludeerde studies en het beperkte aantal studies met langere follow-up vragen echter om een voorzichtige interpretatie van de grootte en de duurzaamheid van het effect. Voor kinderen en adolescenten zijn er momenteel te weinig studies beschikbaar om betrouwbare conclusies te trekken.