Zoek
Schrijf u in op de Alert Newsletter
Minerva promoot als organisatie voor Evidence-Based Practice de verspreiding van onafhankelijke, wetenschappelijke informatie en brengt een kritische duiding van relevante publicaties uit de internationale literatuur.
Recente duidingen
Effect van een ketogeen dieet op depressie en angstsymptomen.
02 04 2026
Michiels B.
Deze correct uitgevoerde systematische review en meta-analyse toont aan dat ketogene diëten geassocieerd zijn met een bescheiden verbetering van depressieve symptomen in een diverse populatie lijdend aan psychiatrische, metabole of neurologische aandoeningen. Het effect is hierbij vooral duidelijk bij objectieve bevestiging van ketonen in bloed of urine. Op vlak van angstsymptomen is het effect niet conclusief. Vanwege methodologische beperkingen (diverse populaties, hoge heterogeniteit van interventie- en controlediëten, korte follow-up, variabele therapietrouw) en de hiermee samengaande beperkte externe validiteit zijn grotere, correct gecontroleerde RCT’s in psychiatrische populaties met langere follow-up nodig voordat een ketogeen dieet routinematig kan worden aanbevolen.
Wat is het effect van schriftelijke exposuretherapie bij volwassenen met een posttraumatische stressstoornis?
02 04 2026
Van de Wynkele L. , Stas P., Poelman T.
Deze pragmatische gerandomiseerde gecontroleerde studie toont aan dat er geen verschil bestaat tussen SSRI’s en schrifteljike exposuretherapie voor de verlichting van de symptomen van een posttraumatische stressstoornis na 4 maanden. Alhoewel de non-inferioriteit met deze studie strikt genomen niet is aangetoond, zou men de keuze van een initiële behandeling meer kunnen baseren op de voorkeur van de patiënt en de beschikbaarheid/ toegankelijkheid van de behandeling. Bij personen die na 4 maanden onvoldoende reageren op een initiële behandeling met SSRI’s, blijkt uit deze studie dat switchen naar SNRI’s effectiever is dan alsnog schrifteljike exposuretherapie aan de behandeling met SSRI’s toe te voegen.
Voorkomt prostaatkankerscreening met een prostaatspecifiek antigen (PSA)-test overlijden door prostaatkanker?
02 04 2026
Huysmans J., Poelman T.
Deze vervolgstudie van een multicenter gerandomiseerde gecontroleerde studie toont na 23 jaar een daling van overlijden door prostaatkanker in een groep die uitgenodigd is voor PSA-screening versus een controlegroep. Tussen de centra waren er echter veel verschillen op vlak van studiepopulatie en studieprotocol, wat het moeilijk maakt om de resultaten te vertalen naar de klinische praktijk. Verder onderzoek met focus op een risicostratificatie en een hierop gebaseerde aanpak is nodig om het evenwicht tussen de winst van PSA-screening en de hieraan geassocieerde risico’s van overdiagnose en onnodige interventies nauwkeuriger te bepalen.
Effectiviteit van een digitale zelfhulpapp gebaseerd op gedragsactivatie voor depressieve symptomen in de eerstelijnszorg?
02 04 2026
Lehance E.
Deze RCT toont dat een digitale interventie gebaseerd op gedragsactivatie de depressieve symptomen significant kan verminderen en remissie kan bevorderen, zelfs zonder directe begeleiding door een zorgprofessional. De resultaten zijn veelbelovend en suggereren dat dergelijke apps het zorgaanbod kunnen aanvullen en mogelijk bijdragen aan het verkorten van wachttijden in de geestelijke gezondheidszorg. Voorzichtigheid blijft echter geboden bij het veralgemenen van de resultaten naar de Belgische context, aangezien de studiepopulatie voornamelijk bestond uit Engelstalige vrouwen met een hoog opleidingsniveau die bereid waren een digitale interventie te gebruiken, terwijl het Belgische app-aanbod sterk varieert in taal, kwaliteit en wetenschappelijke onderbouwing.
Nut van bètablokkers bij een licht verminderde linkerventrikelejectiefractie na een myocardinfarct.
02 04 2026
Sculier J.P.
Deze systematische review en meta-analyse van 4 open-label gerandomiseerde gecontroleerde studies met individuele patiëntgegevens toont aan dat bij patiënten met een acuut myocardinfarct en een lichte daling van de linkerventrikelejectiefractie (LVEF 40-49%), zonder voorgeschiedenis of klinische tekenen van hartfalen, een behandeling met bètablokkers geassocieerd is met een vermindering van een samengesteld eindpunt bestaande uit totale mortaliteit, recidief myocardinfarct en hartfalen. Een langdurige behandeling met een orale bètablokker kan dus overwogen worden als chronische behandeling van ischemische cardiomyopathie na een acuut myocardinfarct, al moet de optimale behandelingsduur nog vastgesteld worden.