Tijdschrift voor Evidence-Based Medicine
Editoriaal: De meta-analyse mammografisch doorgelicht
Minerva 1998 Volume 27 Nummer 2 Pagina 268 - 269
Zorgberoepen
Moet ik vrouwen onder de 50 jaar nu aanmoedigen om zich mammografisch te laten onderzoeken? |
Het artikel van Elmore en medewerkers roept deze vraag onmiddellijk op. Is de hogere kans op een fout-positieve uitslag van een screeningsmammografie in de groep premenopauzale vrouwen (7,8% in vergelijking met bijvoorbeeld 5,3% bij vrouwen van 60-69 jaar) een argument tegen screening van deze leeftijdsgroep 1? Hoe zit het met de bewijskracht ten gunste van borstkankeropsporing bij premenopauzale vrouwen? Uitgaande van de principes van evidence based medicine gingen we op zoek naar een antwoord 2. |
Allereerst formuleerden we een operationele zoekvraag: leidt screening door middel van mammografie bij vrouwen in de leeftijd van 40 tot 49 jaar tot een reductie van de borstkankermortaliteit? |
Een zoektocht in de databank van de Cochrane Collaboration 3, die een overzicht geeft van alleen de beste reviews, meta-analyses, klinische studies en bibliografieën, leverde drie relevante meta-analyses op. Een succesvolle oogst. Sinds de opkomst van evidence based medicine heeft deze vorm van onderzoek aan populariteit gewonnen. |
In een meta-analyse worden de gegevens van een aantal studies samengevoegd en opnieuw geanalyseerd. Doordat op deze wijze een grotere onderzoekspopulatie wordt gecreëerd, beschouwt men de resultaten als een betere benadering van de werkelijkheid. Niet alleen bij epidemiologen, maar ook bij beleidsmakers en politici staat de meta-analyse hoog aangeschreven. Aanbevelingen en richtlijnen worden niet meer serieus genomen als er niet naar een of andere meta-analyse wordt verwezen. Het lijkt dus alsof we hiermee over een degelijk instrument beschikken om gefundeerde gezondheidsbeslissingen te kunnen nemen. |
Wie schetst onze verbazing toen bleek dat deze meta-analyses tot verschillende conclusies kwamen? Zij beschrijven allen het effect van borstkankerscreening bij vrouwen van 40 tot 49 jaar en zijn verschenen in 1995 in drie verschillende tijdschriften van de hand van drie verschillende auteurs 4-6. Een van de drie concludeert dat het mogelijk is om de mortaliteit in deze leeftijdsgroep te reduceren. De andere twee vinden echter geen mortaliteitsdaling. Toch baseren zij zich allen op dezelfde oorspronkelijke studies. In plaats van een antwoord vonden we dus nog meer vragen. |
Is het imago van de meta-analyse te veel opgeblazen en hebben we met onze kleine zoektocht de zeepbel doorgeprikt? We moeten ons realiseren dat de meta-analyse, net als de klinische studies waarop zij is gebaseerd, een onderzoeksmethode is met alle beperkingen van dien. De kwaliteit van de onderzoeksopzet, de nauwkeurigheid van registratie, de keuze van de uitkomstmaten, de analyse van de data en de interpretatie van de resultaten... ook meta-analysten moeten voortdurend keuzes maken. Op zoek naar de beste benadering van de werkelijkheid wordt misschien wel eens te veel van de meta-analyse verwacht. |
In afwachting van verder onderzoek, nieuwe meta-analyses en aangepaste guidelines kunnen we nog geen nieuwe richting geven aan borstkankerscreening bij pre-menopauzale vrouwen. De aanbeveling van de nhg-standaard Mammografie, een tweejaarlijkse screening bij vrouwen in de leeftijd 50 tot 70 jaar, blijft vooralsnog de state of the art 7. |
|
M. Van Driel |
Literatuur
|
Auteurs
van Driel M.
Vakgroep Huisartsgeneeskunde en Eerstelijnsgezondheidszorg, UGent
COI :
Woordenlijst
Codering
Commentaar
Commentaar